Nieuwe rubriek met WordPress-handleidingen

Rechtsboven is een nieuwe rubriek toegevoegd: Documentatie. Hier vind je een selectie van handleidingen en presentaties die ik ooit heb gemaakt voor opdrachtgevers en zakelijke relaties. Ze zijn echter zo algemeen dat ook andere geïnteresseerden er hun voordeel mee kunnen doen.

Typo3-filmpjes op YouTube

Interessant: op zoek naar documentatie over het open-source cms Typo3 kwam ik YouTube verschillende instructiefilmpjes tegen. Erg simpel allemaal, ze vormen bij lange na geen vervanging voor de verschillende Typo3-handleidingen en -cursussen, maar ze laten wel zien dat YouTube veel meer biedt dan alleen amusement. En als er tegenwoordig ook al taalcursussen op cd-rom verschijnen, waarom dan geen ict-lessen op video? Read more

Google Custom Search

De afgelopen weken heb ik tijdens verloren uurtjes wat gespeeld met Google Custom Search. Daarvoor was een concrete aanleiding: de website van een van mijn opdrachtgevers had al jarenlang geen goed zoeksysteem. Ooit gebruikte ik de gratis dienst Atomz.com, maar de gratis versie indexeerde niet meer dan maximaal 500 pagina’s. Bovendien waren de mogelijkheden tot het aanpassen van de layout beperkt.

Dan maar een zoekscript downloaden en op je eigen server installeren? Ik had er verschillende uitgeprobeerd, maar het indexeren van tienduizenden pagina’s vormt een flinke belasting van je processor en het opslaan van die index kost bovendien veel diskruimte. Ook de interfaces vond ik niet handig in elkaar zitten.

Dus besluit ik toch maar eens Google Custom Search te proberen. Dat scheelt diskruimte en ach, Google bezoekt mijn site toch al, dus vormt deze dienst in feite geen extra belasting. Om kort te gaan: de lokale zoeker van Google draait inmiddels tot volle tevredenheid. Niet alleen fijn voor de bezoekers, maar vooral voor mezelf als beheerder – ik kom pagina’s en berichten tegen die ik al lang vergeten was en ook ben ik veel beter in staat bezoekers gericht door te verwijzen naar bepaalde hoekjes van de site. Mooi is ook dat je de Google-zoekmogelijkheid tot op zekere hoogte in je eigen layout kunt gieten, alleen lettertype en -grootte zijn niet te beïnvloeden. En Google houdt niet op bij 500 pagina’s, de grens van Atomz.

Google Custom Search draait ook zelfstandig, dus niet gekoppeld aan een eigen site. Je kunt een verzameling websites opgeven die Google voor je doorzoekt. En als je geen waslijst van honderden websites wilt opgeven, heeft Google een heel simpel alternatief: als je een webpagina kunt vinden waar al je favoriete websites worden gelinkt, dan kun je tegen Google zeggen dat je alle websites op die ene pagina wilt doorzoeken en Google zoekt het allemaal uit.

Een voorbeeldje is dit zoeksysteem voor Nederlands nieuws. Deze zoeker was in één minuut gemaakt, namelijk door simpelweg kranten.startpagina.nl en kranten.startkabel.nl als linklijsten op te geven. Deze twee pagina’s bevatten zo’n beetje alle Nederlandse nieuwssites. Het resultaat: een zoeksysteem voor oude nieuwsberichten. In feite een soort Google News, maar dan eentje die niet alleen de laatste 30 dagen doorzoekt. Zoek bijvoorbeeld op wilders koran en je ziet wat deze politicus de afgelopen jaren allemaal over de Koran heeft geroepen – voor zover de media dat hebben opgetekend.

Nog een voorbeeld is een zoeksysteem voor natuur en milieu, eveneens gevoed met een aantal startpagina’s. Is dat handig? Ja, dat is handig, want als je met de ‘gewone’ Google op bos zoekt, krijg je veel ruis: de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS), Wouter Bos, een internetbedrijf, een incassobureau en Stef Bos. Maar de gespecialiseerde natuurzoeker toont veel betere resultaten, alleen Wouter Bos en het Bos en Lommerplein horen er niet thuis. Een aardig alternatief dus als je kinderen een spreekbeurt aan het voorbereiden zijn en je hen wat doelgerichter wilt laten zoeken, zonder het ze gelijk weer ál te gemakkelijk te maken.

Freeware voor simpele Flash-animaties

Op steeds meer websites kom je ze tegen: roulerende dia’s die in elkaar overvloeien. En bijna altijd zijn ze met Flash gemaakt. Nu kan ik lezen en schrijven met Photoshop, maar in Flash heb ik me nooit serieus verdiept – laat staan dat ik daarvoor geschikte software heb.

Toch maar een Flash-licentie aanschaffen? Na enig zoeken blijkt dat niet nodig. Op Download.com zijn diverse programma’s te vinden om diashows met overvloei-effecten te maken. Ik heb er een aantal uitgeprobeerd. Kort en goed: wat mij betreft de beste is FlashSlider.

Het werkt reuze simpel: geef breedte, hoogte en snelheid (in fps, frames per seconde) op. Selecteer daarna via een Verkenner-venstertje de dia’s. Vervolgens stel je in wat voor overvloei-effect je wilt hebben, hoeveel seconden de plaatjes worden getoond en hoe lang het overvloeien duurt. Klik daarna op de knop Afspelen om het resultaat te bekijken. Tevreden? Klik op de knop Voorstelling publiceren en verzin een bestandsnaam, die je vervolgens in je webpagina kunt verwerken.

Tot aan 24 frames per seconde is FlashSlider gratis, voor hogere snelheden moet je je voor een paar tientjes registreren. Webdesign hoeft niet duur te zijn.

Google Analytics en error 404-pagina’s

Op deze plaats mopper ik vaak over Google, maar het zoeksysteem heeft ook twee formidabele kanten. De eerste is natuurlijk Google Adsense, waarmee ik een aardig deel van mijn inkomsten verdien (ja, zo schijnheilig ben ik ook wel weer). De tweede is Google Analytics, het hulpmiddel om het bezoek aan websites te analyseren.

Google Analytics is een walhalla voor wie een website beheert en van cijfers houdt. Vroeger vonden we Nedstat al heel mooi en informatief, maar zonder te overdrijven kun je rustig stellen dat Google Analytics honderd keer meer informatie biedt: welke pagina’s en paginaclusters worden het meest bezocht, hoe komen bezoekers binnen, hoe lang blijven ze op de site, welke pagina’s bezoeken ze daarbij, wat zijn de belangrijkste afhaakpagina’s, en nog véél meer informatie. En dit alles over elke gewenste periode. De resultaten worden getoond in tabellen (te downloaden als Excel-spreadsheet), staaf- en taartdiagrammen. Kortom: Google Analytics is een Efteling voor wiskundigen.

Bijna wekelijks neem ik wel even de tijd om de Google Analytics-grafiekjes te bekijken. En vrijwel altijd stuit ik wel op een verrassend nieuw inzicht in een van mijn websites. Een voorbeeld betreft mijn wandelsite Tweevoeter.nl. In november 2005 was ik om technische redenen genoodzaakt om alle pagina-adressen van deze site te voorzien van de extensie .php. Binnen enkele weken had Google alle nieuwe adressen verwerkt.

Operatie geslaagd? Helaas, een paar honderd andere websites bleven linken naar verouderde pagina’s. De belangrijkste mailde ik met het verzoek hun link aan te passen, maar daar werd maar mondjesmaat gehoor aan gegeven. Drie maanden later gaf Google Analytics aan dat nog steeds 20 procent van alle bezoekers op een niet-bestaande pagina terechtkwam. Dat is veel.

Volgende ingreep: een error 404-pagina. Voor wie deze term niet kent: een error 404 is de fout die je krijgt als je een niet-bestaand adres intikt, bijvoorbeeld van een pagina die inmiddels verhuisd is. Door de error 404 op te maken in de vormgeving van je site, inclusief alle navigatiemenu’s, kunnen bezoekers vanuit de niet-bestaande pagina doorklikken naar andere delen van je site en op zoek gaan naar de gewenste informatie.

Operatie alsnog geslaagd? Helaas. Einde 2006, een jaar na de adreswijzigingsoperatie, viel me bij mijn wekelijkse rondje Google Analytics iets op. De gemiddelde klikdiepte (het aantal bezochte pagina’s per bezoeker) voor de hele site lag op 2,8. Dat is niet veel. Toen ik vervolgens de relatie legde tussen ingangspagina en klikdiepte, dan bleek de error 404-pagina met afstand onderaan te staan met een gemiddelde klikdiepte van slechts 1,2. Omgerekend: minimaal 80 procent van de bezoekers die een niet-bestaande Tweevoeter-pagina bezochten, besloot direct af te haken; hooguit 20 procent (en waarschijnlijk nog een stuk minder) deed nog een poging de informatie elders op de site te vinden.

Conclusie: zelfs een opgemaakte error 404-pagina met een nette foutmelding is voor de meeste bezoekers een afknapper. Om de klikdiepte wat op te schroeven zit er maar één ding op: alle 404-errors wegwerken, zodat bezoekers alleen op pagina’s terechtkomen met relevante inhoud. Om dat voor elkaar te krijgen heb ik eerst in beeld moeten krijgen welke niet-bestaande pagina’s het meest werden opgevraagd. Ik heb daarop een scriptje gemaakt dat mij een e-mail stuurde zodra iemand een 404-error kreeg. De eerste dag kreeg ik zo’n 1500 e-mails. De belangrijkste niet-bestaande pagina’s heb ik daaruit gevist. Voor elke pagina heb ik een zogeheten ‘redirect’ aan mijn .htaccess-bestand toegevoegd, bijvoorbeeld:


RedirectMatch permanent ^/drenthe/$ http://www.tweevoeter.nl/drenthe.php

Deze regel betekent dat elke bezoeker van het adres www.tweevoeter.nl/drenthe/ automatisch wordt doorgeschakeld naar het nieuwe adres www.tweevoeter.nl/drenthe.php. Zo heb ik elke niet-bestaande pagina gekoppeld aan het nieuwe adres. Met snel resultaaat: binnen een dag was het aantal mailtjes gezakt tot nog maar een paar honderd. En een week later nog maar 50. Je vraagt je misschien af: waarom heb je deze redirects niet meteen in 2005 ingebouwd? Dat had een praktische reden: de site draaide toen nog op een Windows-server in een shared hosting-omgeving. Nu staat de site op een eigen virtuele Linux-server en dan heb je veel meer mogelijkheden om de webserver te beïnvloeden.

Inmiddels bevat mijn .htaccess-bestand een stuk of 500 redirects. Dat is erg veel en het zal ook de webserver iets vertragen, maar 404-errors komen vrijwel niet meer voor. En het belangrijkste: volgens Google Analytics is de klikdiepte gestegen tot 3,3, dus een verhoging van 0,5. Dit verschil lijkt weinig indrukwekkend, maar het betekent wel dat je met hetzelfde aantal bezoekers bijna 20 procent meer pageviews genereert en de advertentie-inkomsten navenant stijgen. En dat met hooguit een halve dag werk. Was elke halve werkdag maar zo lucratief…

Overigens ben ik nog steeds niet van de 404-errors verlost, ik krijg nog altijd zo’n 20 tot 30 mailtjes per dag. Maar dit heeft andere oorzaken. Aan de adressen te zien zijn dit meestal geen verdwaalde bezoekers, maar pogingen van hackers om uit te zoeken welke toepassingen op mijn site zijn geïnstalleerd. Verder zijn er ook wel eens bezoekers van vlees en bloed die behoorlijk wat af blijken te knoeien op je site. Maar dat is weer een verhaal apart…

De beste FTP-client?

Welk FTP-programma kan ik het beste gebruiken, vragen opdrachtgevers en vrienden me regelmatig. Door de jaren heen heb ik op deze vraag steeds wisselende antwoorden gegeven en sinds gisteren heb ik weer een nieuwe favoriet: WinSCP. Read more

Betaaldiensten

Een eerste experiment met betaalde webcontent, in samenwerking met Routewerk: op wandelsite Tweevoeter kun je sinds kort betaalde wandelroutes downloaden. Dit experiment is voorafgegaan door grondig onderzoek naar de bestaande betaaldiensten op internet, zoals iDeal, Paypal en ClickandBuy.

Uiteindelijk hebben we gekozen voor betalen via de telefonische betaaldienst Mollie, die bijvoorbeeld ook gebruikt wordt door Nieuwsbank.nl. De betaling is in hooguit twee minuten geregeld: je belt een 0900-nummer, je toetst een zescijferige code in en je krijgt meteen toegang tot de route, die je vervolgens kunt uitprinten. De kosten worden automatisch verrekend via je telefoonrekening. Je hebt geen creditcard of abonnement nodig en de transactie verloopt geheel anoniem.

Een ideale betaalmethode? De praktijk zal het leren.

Doelgerichter e-mailen

Een interessante link in de nieuwsbrief van Leren.nl: de Amerikaanse ondernemer Timothy Ferriss geeft op zijn site ChangeThis.com een cursus (pdf) hoe je je productiviteit verhoogt door slimmer om te gaan met e-mail.

Zijn belangrijkste truc pas ik al regelmatig toe, vooral als ik voor opdrachtgevers op locatie werk: lees en beantwoord je e-mails nog maar één keer per dag. Als anderen iets dringends te melden hebben en ze krijgen niet direct antwoord, dan gaan ze vanzelf wel bellen. Je moet natuurlijk wel telefonisch bereikbaar zijn, anders loop je het risico dat je een dringende boodschap mist – en dat heb ik ook wel eens meegemaakt. Voor journalisten zal deze tip dus niet werken, want ze willen natuurlijk geen primeurtjes mislopen.

Naast discipline zijn er denk ik nog veel meer foefjes om efficiënter met e-mail om te gaan, vooral op het technische vlak. Binnenkort zal ik mijn persoonlijke ervaringen posten.

Een simpele zakelijke website met WordPress

Na een e-mailwisseling met een opdrachtgever ben ik de laatste week aan het experimenteren geslagen met WordPress, dat ik eerder deze maand vergeleek met MovableType.

Ik schreef dat je WordPress niet alleen voor weblogs kunt gebruiken, maar ook als een simpel contentmanagementsysteem voor een bescheiden zakelijke website. Is het inderdaad zo simpel, vroeg die opdrachtgever zich af?

Mijn eerste test is te bekijken op www.klog.nl. Het enige wat ik nog niet voor elkaar heb, is de volgorde van de statische pagina’s rechts. Waarschijnlijk zie ik hierbij iets heel simpels over het hoofd.

De volgende stap: een theme downloaden en kijken hoe deze testsite met voornamelijk statische pagina’s er dan uit komt te zien. Wordt vervolgd!

De naam van een onbekend lettertype bepalen

Veel bezoekers komen op deze site terecht met het zoekwoord ‘lettertype’, al of niet in combinatie met een merk of bedrijf. Dat komt door dit bericht.
Voor al die bezoekers volgt hier het antwoord op hun zoekvraag: via www.identifont.com/identify.html achterhaal je de naam van een onbekend lettertype. Gewoon een aantal vragen beantwoorden over de vorm van de letters en het aantal mogelijke lettertypes wordt steeds verder ingeperkt.