Drupalcon Paris 2009

In de eerste week van september vond in Parijs de halfjaarlijkse Drupal-conferentie plaats. Zonder meer een inspirerend evenement! In deze blogpost een overzicht van de sessies die ik heb bijgewoond, inclusief links naar beeldmateriaal.

lees verder»

BNR 2.0 bespaart u de onzin – en de kritische reacties

(update 10 oktober: BNR heeft de kritische reacties weer teruggezet)

Business Nieuws Radio was altijd een leuke zender om naar uit te wijken als het op zich uitstekende Radio 1 een net iets te lang praatprogramma uitzond. Maar sinds deze week niet meer. BNR heeft een vreselijke facelift ondergaan en noemt zichzelf nu BNR 2.0.

Planet-columnist Arjan Dasselaar veegt er de vloer mee aan en hekelt onder meer de weblog van BNR-directeur Paul van Gessel:

Maar de reacties op datzelfde blog zijn heel duidelijk: de nieuwe programmering is zowel qua vorm als inhoud een achteruitgang.

Maar als je op deze link klikt, dan zijn er helemaal geen reacties. Hoe kan dat? Even zoeken in de Google-cache en inderdaad: gisteren waren die reacties er nog wel. En zelfs een heleboel reacties, en nog behoorlijk kritisch ook.

Nu niet meer, want BNR heeft al die kritische reacties simpelweg verwijderd. En dan te bedenken dat de BNR-slogan is: BNR bespaart u de onzin.

Omdat alle reacties nu nog wel via de Google-cache zijn terug te vinden, maar over een paar dagen misschien niet meer, heb ik ze hieronder even geknipt en geplakt. Kunt u zelf nog eens nalezen wat de bezoekers ervan vonden.

lees verder»

Britney naakt: koppen schrijven voor zoekmachines

In de VS gebeurt het al jaren, maar ook in Nederland leren redacties zoekmachinevriendelijke koppen te schrijven. Het vakblad InformatieProfessional noemt Nu.nl als voorbeeld:

Uit een onlangs gehouden experiment op Nu.nl blijkt dat trefwoorden in koppen goed werken. Nu.nl-columnist Nico Dijkshoorn heeft als test een column geschreven over Britney Spears en Steve Irwin met als kop ‘Britney naakt en Steve Irwin dood’. Dit artikel staat vol met relevante woorden over de twee beroemdheden. Als je nu op Google zoekt op ‘Britney naakt’, staat het artikel op de derde plaats. Verhagen: ‘Het wekt geen verbazing dat de column erg goed gelezen is.’

Uit eigen ervaring kan ik beamen dat zoekmachinevriendelijke koppen inderdaad heel goed werken. Maar wat ik me hierbij afvraag: wat voor soort bezoekers levert dat op? Zijn dat bezoekers die via Google zo’n treffer aanklikken, snel even kijken wat voor pagina dit is en dan even snel weer wegklikken? Of zijn dat bezoekers die na het lezen van deze column over Britney doorklikken naar andere artikelen op Nu.nl? Met andere woorden: in hoeverre dragen zoekmachines bij aan een vaste bezoekerskring en de branding van je merk? Dit is helemaal niet zo moeilijk uit te zoeken: gratis diensten als Google Analytics leggen ook de relatie tussen herkomst en klikdiepte van bezoekers.

En zouden Google-vriendelijke koppen zich ook tegen je kunnen keren? Stel dat een bezoeker constateert: dat Nu.nl kom ik elke keer in de zoekresultaten tegen, maar ik vind er nooit wat ik werkelijk zoek. In dat geval bouwt Nu.nl een slecht imago op: je hebt er nooit wat aan, dus niet meer aanklikken als je deze site bij een volgende Google-zoekactie tegenkomt. Ik heb dat zelf bij een site als Kelkoo. Kom ik steeds weer tegen als ik naar bepaalde producten zoek, maar omdat ik er nooit vind wat ik zoek, sla ik die site steevast over bij het doornemen van zoekresultaten. Scheelt weer een treffer die ik niet hoef te bekijken.

Nog een kanttekening: hoog scoren in Google is mooi, maar betekent dat automatisch ook dat meer bezoekers doorklikken naar jouw site? In hoeverre speelt de omschrijving bij een link (in Google de zwarte tekst eronder) daarbij een rol? Kun je bij een bepaalde Google-zoekactie op de derde plaats staan en dankzij een goede omschrijving in je webpagina’s (META NAME=”description” CONTENT=”vul zelf maar in”) toch vaker aangeklikt worden dan de nummer 1?

Liegen met statistieken

De Britse politicus Benjamin Disraeli zei het al anderhalve eeuw geleden: “There are lies, damned lies, and statistics.” Een mooi voorbeeld:

De Nederlandse bedrijfswinsten zitten in de lift. In vergelijking met het jaar daarvoor stegen ze van gemiddeld 4 naar gemiddeld 8 procent van (bijv.) de omzet.

Een gehaaide oppositieleider wil stemmen winnen en ziet dankzij “een spectaculaire winstsprong van 100%” ruimte voor hogere lonen en dito uitkeringen.

Een wakkere minister van Financiën wil een loongolf (en inflatie) voorkomen en spreekt over “een bescheiden winststijging van slechts 4 procentpunten”.

Ook Maartje van Weegen ging gisteravond bij de verkiezingsuitzending van de NOS op dit punt de mist in. Een sprong van 19 procent naar 34 procent vatte zij samen als een toename van 20 procent. Allereerst is het verschil tussen 34 en 19 geen 20 maar 15. Daarnaast geeft bovenstaand voorbeeld al aan dat verschillen in percentages uitgedrukt worden in procentpunten om dubbelzinnigheid te voorkomen.

Meer voorbeelden bij Cijfers liegen niet.

Waar kan ik een maagd offeren, vraagt de webmaster

Langzaamaan begint ook de computerjournalistiek wat kritischer te worden jegens Google. Jozef Schildermans schrijft een kritische column over Google op Diskidee.be. De sterkste passage gaat over de gebrekkige communicatie tussen Google en webmasters:

Google heeft een geautomatiseerd systeem waar websitebeheerders de status van hun website in de index kunnen nagaan en eventuele problemen kunnen signaleren. Dat systeem zegt echter meestal dat er geen probleem is met de getroffen site. De beheerder kan een formulier invullen met een beschrijving van het probleem, maar Google zal daar zelden of nooit op antwoorden.

Ook via e-mail of via telefoon is Google niet bereikbaar. De Google-nieuwsgroepen voor webmasters lijken tegenwoordig meer op een zelfhulpgroep voor bijgelovigen, waar allerlei theorieën worden verkondigd waarom deze of gene site uit de index is verdwenen, zonder dat ooit een echte verklaring wordt gevonden.

Als de problemen te flagrant zijn, lost ‘iemand’ van Google ze op, maar dit gebeurt meestal zonder uitleg waarom het misging. ‘Dit doet me denken aan een oude Star Trek episode,’ schrijft iemand in de Google nieuwsgroep voor webmasters, ‘waar de onwetende inboorlingen niet begrijpen waarom goede dingen verschijnen, maar gewoon knielen voor hun god, hem bedanken en een of twee maagden offeren om hem blijvend gunstig te stemmen.’

Lees ook even de rest van de hilarische vergelijking met Star Trek:

So I’ve jammed a bone in my nose, put on my grass skirt, and just need to know where the mighty Goog El is so I can go sacrifice a virgin and keep it happy. Any guidance on exactly where to perform the ritual is welcome. Until guidance arrives, we will continue to beat our drums, spin and dance and hope for the best.

Maar een beetje jammer is dat de rest van de column weinig hout snijdt. Neem bijvoorbeeld:

Search Engine Optimalisation of SEO – optimalisatietechnieken waarmee websites hopen hoger te scoren in zoekopdrachten – heeft meer en meer perverse bijwerkingen. Zo krijgen journalisten van Angelsaksische kranten zoals The New York Times of The Guardian tegenwoordig les over hoe ze hun koppen ‘Google-vriendelijk’ kunnen maken. Gedaan met leuke woordspelingen of poëtische ontboezemingen, nee een krantenkop moet vandaag zoveel mogelijk relevante steekwoorden bevatten die hoog scoren in Google. Geen ‘Goodbye Lenin, Sputnik and Mog’ (namen van kippen die eraan moeten omwille van de vogelgriep), maar wel ‘Poultry turned to pulp as workers switch sites’ (het allitereert tenminste nog).

En de verklaring:

Dat is natuurlijk niet de schuld van Google, eerder een indicatie van de domheid van zoekrobotten en zoekalgoritmes die nog altijd zeer slecht zijn in het interpreteren van natuurlijke taal.

Zoekalgoritmes hebben inderdaad hun onvolkomenheden, maar het is veel te gemakkelijk om de techniek de schuld te geven. Vijf jaar geleden waren de algoritmes van Google immers nog veel beperkter, maar toen kregen journalisten nog geen instructies hoe ze Google-vriendelijke moesten maken. Er is dus iets anders aan de hand.

Ik zou zeggen: de werkelijke oorzaak is de domheid van de hele internetwereld. Jarenlang hebben we (inclusief het journaille) Google opgehemeld en ons nooit kritisch afgevraagd hoe goed dit zoeksysteem nu werkelijk is in vergelijking met zijn concurrenten. Elke scheet die Google liet, was gelijk nieuws. En nu vragen we ons af hoe het toch komt dat iedereen wanhopig probeert om beter vindbaar te worden in Google? Is dat gek? We hebben dat toch zelf over ons afgeroepen?

Overigens is er niets mis met een Google-vriendelijke kop. Woordspelingen in nieuwskoppen zijn leuk in kranten en tijdschriften, maar op internet helemaal passé. Dat komt niet door Google, maar door het surfgedrag van internetgebruikers. Die lezen geen hele stukken meer om te beoordelen of ze die wel of niet interessant vinden. Ze kijken alleen naar de kop en besluiten in een fractie van een seconde of ze wel of niet het hele bericht willen lezen. Dat journalisten daarop inspelen, kun je toch niet ‘pervers’ noemen?

Nieuwe tv-uitzending over Google

Na Zembla waagt ook Tegenlicht van de VPRO zich aan het onderwerp Google en wel op zondag 7 mei. De samenvatting, volgens een forumlid op Voelspriet:

Wat als alle informatie in de wereld gecategoriseerd en gemakkelijk doorzoekbaar zou zijn? Wat als alle prijzen, al het nieuws van over de hele wereld, als alle boeken die er bestaan vanaf elke plek in de wereld te raadplegen zouden zijn?

Dat is precies het doel van Google. Het bedrijf, slechts 7 jaar oud, streeft ernaar mensen te helpen door alle informatie ter wereld overal eenvoudig beschikbaar te maken. Voor altijd. En Google is al flink op weg. Naast de bekende zoekmachine heeft Google diensten als Google News, Google Scolar, Google Earth, Google Maps, en een eindeloze serie nieuwe diensten zijn in voorbereiding. Google organiseert niet alleen de bestaande informatie op het internet, maar breidt zijn tentakels uit in Google Print, het project waarbij Google zichzelf tot doel stelt de bibliotheken van de wereld volledig te digitaliseren.

Google als de nieuwe bibliotheek van Alexandrië, als kennisversneller en handig informatiegereedschap? De intenties van Google lijken goed, gezien het bedrijfsmotto ‘Don’t be evil’. Maar voor iedereen die 1984 van George Orwell als schrikbeeld in het achterhoofd heeft, is Google niet zo fantastisch als het soms lijkt. Want naast miljoenen gebruikers die dagelijks dankbaar zijn voor Google’s pogingen de toenemende informatiestromen in goede banen te leiden, zijn er ook steeds meer mensen die wijzen op de risico’s, als slechts één bedrijf bepaalt welke informatie aan wie wordt doorgegeven.

Linke kop

Ongetwijfeld de meest foute kop van de week: Verdonk linkt naar opgesloten kinderen. Foei, NOS, om te suggereren dat Verdonk hier zelf een actieve rol in vervult.
Had er desnoods van gemaakt: Unicef linkt Verdonk aan opgesloten kinderen. Is ook nog een beetje suggestief, maar dan is tenminste duidelijk wie de actor in deze kwestie is.

Zembla over Google

En Zembla ging er inderdaad flink tegenaan: veel bekende en onbekende deskundigen kwamen aan het woord. Het merendeel was behoorlijk kritisch en gaf een spooky beeld van de met afstand meestgebruikte zoekmachine.
Vooral verontrustend was de Nederlandse directeur Marc Duijndam, die geen tijd bleek te hebben om alle nieuwe Google-diensten uit te proberen en bovendien niet wist hoe lang Google alle zoekgegevens van gebruikers bewaart. Waarom beloofde hij niet dat alsnog uit te zoeken? Of weet hij wel hoe het zit, maar heeft hij in de gaten dat Google misschien niet voldoet aan de Nederlandse wetgeving of Europese richtlijnen? Werk aan de winkel kortom voor het College Bescherming Persoonsgegevens.
En ook maakt de uitzending terecht melding van dat Google zichzelf censureert in China. Eens te meer is duidelijk dat Google graag wat van zijn principes inlevert in ruil voor een marktaandeel in een groot land. Hier beloofde Duijndam overigens wél een officiële Google-verklaring te zullen leveren.
Maar hoe zit het met de overige kritiek?

  • Dat scholieren en studenten een mythisch beeld hebben van de zoekcapaciteiten van Google, is inderdaad waar. Maar kun je dat Google wel aanrekenen? Zijn het niet de docenten die het hier totaal laten afweten? Zou er niet op elke basisschool verplichte lessen moeten komen over informatie zoeken op internet?
  • Zembla suggereert dat je het woonadres kunt achterhalen van een internetter aan de hand van zijn ip-adres. Onzin. Je kunt er alleen de eigenaar van een domein mee achterhalen, niet het adres van elke inbellende internetgebruiker. Bovendien heeft Google hier helemaal niets mee te maken.
  • Het nieuwe Google-zoeksysteem om medische gegevens in ziekenhuizen te doorzoeken is inderdaad dubieus. Maar het lijkt erop dat Google hier alleen maar de zoektechnologie levert, niet de data verzamelt. Het CBP moet zich dus niet op Google richten, maar op de artsen en instellingen die de medische gegevens leveren.

Het optimaliseren van websites voor Google is een verhaal apart. Zembla wekt de indruk dat de de manier waarop Google zoekresultaten sorteert een ‘zuiver’ principe is en zoekmachinemarketeers dat principe dankzij trucjes bezoedelen. Ook dat is een te simpele voorstelling van zaken. Google sorteert in principe op de kwaliteit van de content (gemeten aan de hand van externe links en andere criteria), maar ook de technische kwaliteit speelt nadrukkelijk mee. Zo is bekend dat Javascript en Flash zich niet laten indexeren. Een webmarketingbureau dat dergelijke technische obstakels wegneemt, is volkomen legitiem bezig en bevordert juist de zuiverheid van de Google-sortering. Natuurlijk zijn er ook inferieure bureaus, maar heb je die niet in elke branche? Die mag je toch niet als voorbeeld gebruiken om de hele branche over één kam te scheren?
Hoe geraffineerd de Zembla-journalisten te werk gaan, blijkt wel uit hun vraag aan Michon Cirkel over een nepsite die hij maakte: “Wist je dat je illegaal bezig was?” Het venijn zit in het suggestieve woordje ‘illegaal’ – alsof zoekmachinemarketeers niet alleen de algemene voorwaarden van Google, maar ook nog de wet overtreden. Sinds wanneer is er een wet die zoekmachineoptimalisatie reguleert?
Al met al dus geen sterke uitzending van Zembla, maar het blijkt nog erger. Jos van Helvoort, docent aan de Haagse Hogeschool, geeft op zijn weblog een inkijkje in de Zembla-keuken:

De documentairemakers zijn namelijk ook opnamen wezen maken bij een werkcollege dat ik gaf over het beoordelen van informatiebronnen. Aan de hand van een voorbeeld ga ik in zo’n werkcollege in gesprek met studenten over zaken als betrouwbaarheid, actualiteit, volledigheid en gebruiksgemak van (in dat geval) een platte html-tekst. Was een leuk college waar we wel wat last hadden van de rondlopende cameraploeg en interviewer maar waar mijn studenten enthousiast, gemotiveerd en kritisch aan deelnamen.

Maar dat was niet waar het Zembla-team naar op zoek was. In een kort gesprek voor de lopende camera na afloop van het half uurtje opnamen werd mij één vraag gesteld en die luidde: of het ook niet mijn ervaring was dat studenten (door de interviewer steevast aangeduid met ‘scholieren’) alles wat met Google gevonden wordt voor zoete koek slikken. Daar sta je dan als docent die zojuist heeft laten zien dat jonge mensen ook heel volwassen kunnen omgaan met wat ze op het internet vinden.

Het paste dus niet zo in hun straatje en van de Haagse Hogeschool was (behalve de lector HRM Sylvia van de Bunt) dan ook niet meer te zien dan het sfeerbeeld van de computerwerkplekken en de boekenkasten van onze hogeschoolbibliotheek.

Als dit verhaal waar is, dan was Zembla duidelijk niet op zoek naar de waarheid, maar op zoek naar quotes en beelden om zijn eigen Google-aanval aan te kleden. Een kwalijke zaak voor een tv-programma dat zich profileert met onderzoeksjournalistiek.
» bekijk de uitzending: Zembla

Google doorzoekt medische gegevens

Vanavond een veelbelovende Zembla-uitzending over Google, waarin het College Bescherming Persoonsgegevens een belangrijke rol zal spelen. De uitzending is nu al nieuws, zo blijkt uit een ANP-bericht:

Het bedrijf maakt [...] zoveel nieuwe applicaties in korte tijd, dat het CBP de ontwikkelingen niet bij kan benen.

Van een van de laatste nieuwe diensten van Google was het CBP dan ook niet op de hoogte. Google heeft sinds een maand een toepassing die de medische gegevens van personen kan zoeken. Dit systeem draaide proef in een onbekend ziekenhuis in Nederland en was alleen toegankelijk voor daartoe bevoegde doktoren. Kohnstamm: “Als er medische gegevens van Nederlandse artsen afkomstig zijn, dan is dat in strijd met de medische geheimhouding.”

Systeemontwikkelaar Information Builders benadrukte donderdag dat het gaat om een afgeronde technische proef. Met nepinformatie keken bedrijf en ziekenhuis of het mogelijk was om bijvoorbeeld patiëntgegevens toegankelijk maken voor de bevoegde personen. Het ziekenhuis onderzoekt momenteel de mogelijkheden voor invoering binnen de bestaande privacywetten, aldus een woordvoerder van het bedrijf.

De AD-politie en de algemene voorwaarden van Google

Weer een nieuwtje van het AD: via Google AdWords worden soms advertenties geplaatst die de algemene voorwaarden van Google overtreden. Wat Google niet toestaat: advertenties voor alcohol, spam, dialers, namaakartikelen, gokken, vervalste diploma’s en paspoorten, sites over hacken en kraken, hoeren, tabak en radarverklikkers. Toch staan deze advertenties soms op de Google-pagina’s met zoekresultaten.
Is dit nieuws? Ja en nee. Natuurlijk is het nieuws als de algemene voorwaarden van een wereldberoemd bedrijf regelmatig met voeten getreden worden. Aan de andere kant: het misbruik van Google AdWords is maar een fractie van wat er allemaal geknoeid wordt met Google AdSense, de tegenhanger van Google AdWords.
Ga maar eens een paar uur surfen. De websites die de Google-advertenties niet volgens de algemene voorwaarden hebben geïnstalleerd, zijn simpelweg niet te tellen. Advertenties die niet te onderscheiden zijn van content, onzichtbare advertenties, te veel advertentieblokken op één pagina, advertenties op bedankt-voor-uw-reactie-pagina’s – het mag allemaal niet, maar toch gebeurt het massaal. Welke journalist gaat daar eens een onderzoek naar doen?

© Copyright Wessel Zweers - Designed by Pexeto - Photography: Alexandre Duret-Lutz